Planten water geven tijdens je vakantie

Planten water geven tijdens je vakantie

Gepubliceerd 8 min lezen

Kort antwoord

Ben je een week weg, dan redden de meeste kamerplanten het met een flinke gietbeurt vooraf en een koelere plek uit de zon. Voor twee weken zet je ze bij elkaar op een natte handdoek in het bad of geef je ze water via katoenen lontjes uit een emmer. Ben je langer weg, regel dan iemand die langskomt. Test elke methode een week voordat je vertrekt.

De paniek voor vertrek leidt vaak tot meer schade dan de vakantie zelf. Planten krijgen op de laatste avond een extra grote scheut, blijven twee weken in een sierpot vol water staan en zijn bij thuiskomst verzopen in plaats van verdroogd. Of er wordt een systeem met lontjes in elkaar gezet dat nooit is getest en na drie dagen niet meer trekt. Welke aanpak werkt, hangt af van hoe lang je weg bent, hoeveel planten je hebt en hoe groot ze zijn.

Hoe lang ben je weg?

De duur van je vakantie bepaalt de aanpak.

  • Een lang weekend tot een week: geef vooraf grondig water, zet de planten uit de zon en doe de gordijnen half dicht. Klaar. Alleen varens, calathea’s en kleine potjes op een zonnige vensterbank kunnen extra hulp gebruiken.
  • Acht dagen tot twee weken: groepeer de planten en kies een watersysteem: het bad, lontjes of een reservoir. Cactussen en vetplanten kunnen gewoon blijven staan.
  • Twee tot drie weken: combineer een watersysteem met een koele plek, en test het van tevoren. Grote planten in potten van 25 cm of meer redden het vaak op hun eigen voorraad, kleine potten niet.
  • Langer dan drie weken: regel een oppas. Geen enkel doe-het-zelfsysteem houdt een volle vensterbank vier weken of langer betrouwbaar nat, zeker niet in een warme zomer.

Dat geldt voor de zomer. In de winter, als planten nauwelijks groeien en minder verdampen, kun je bij elke stap ongeveer een week extra rekenen. Zet de verwarming dan wel niet uit maar laag, op een graad of 15: veel tropische kamerplanten vinden het onder de 10 tot 12 °C te koud.

Wat je altijd doet voor vertrek

Welke methode je ook kiest, deze voorbereiding verlengt de tijd dat een plant zonder jou kan. Doe het de dag voor vertrek, niet een week eerder.

  1. Geef grondig water, tot het onderuit de pot loopt. Zet potten met een kurkdroge kluit in een emmer water tot er geen luchtbellen meer opstijgen.
  2. Laat ze uitlekken. Gooi na een half uur het water uit schotels en sierpotten. Een week met de voeten in het water is erger dan een week droog.
  3. Zet ze uit de directe zon. Een meter of twee van een zuid- of westraam scheelt al veel verdamping. Planten die het minst licht nodig hebben, mogen nog verder de kamer in.
  4. Zet ze bij elkaar. Een groep planten houdt de lucht ertussen iets vochtiger en droogt minder snel uit dan losse potten verspreid door het huis.
  5. Haal bloemen en knoppen weg bij bloeiende planten die het lastig hebben. Bloemen kosten veel water.
  6. Controleer op plagen. Spint en trips vermenigvuldigen zich in twee weken warm, droog weer flink. Een plant met een beginnende plaag zet je apart.
  7. Voed niet. Een plant die minder water krijgt, zit met de zouten van de voeding opgescheept.

Het bad of de douchebak houdt een groep planten twee weken nat

Het bad is de eenvoudigste manier om veel planten twee weken nat te houden. Je zet de planten zonder sierpot op een laag water of een kletsnatte handdoek, en de grond zuigt het water via de gaten in de bodem op.

  1. Leg een oude handdoek of een stuk capillaire mat op de bodem van het bad.
  2. Laat er 1 tot 2 cm water op lopen, zodat de handdoek doorweekt is.
  3. Zet de planten in hun kweekpot, met drainagegaten, op de handdoek.
  4. Laat het licht in de badkamer aan staan als er geen raam is, op een tijdschakelaar, of kies een badkamer met een raam.

Het werkt goed voor potten tot zo’n 20 cm met potgrond. Grotere potten trekken het water niet tot boven op. Het nadeel: een badkamer zonder raam is te donker voor twee weken, en planten die van nature droog willen staan, zoals vetplanten en zamioculcas, kunnen hier niet bij. Die blijven gewoon in de kamer.

Katoenen lontjes uit een emmer

Met lontjes van katoen of wol trekt water uit een emmer langzaam naar de grond van elke pot. Het werkt doordat het lontje als een spons het water omhoog zuigt zolang de grond droger is dan het lontje.

  1. Zet een emmer of grote bak water hoger dan de potten, bijvoorbeeld op een krukje.
  2. Knip per pot een lontje van ongeveer 50 cm uit een katoenen veter, wollen draad of een strook katoenen doek.
  3. Maak het lontje eerst helemaal nat.
  4. Steek het ene eind tot de bodem van de emmer en duw het andere eind 3 tot 5 cm diep in de grond van de pot, dicht bij de wortels.
  5. Geef de potten zelf ook een normale beurt water, zodat het contact tussen lontje en grond goed is.

Lontjes van kunststof, zoals nylon of polyester, trekken nauwelijks water. Grove katoen of wol werkt het best. Grote potten krijgen twee of drie lontjes. Een emmer van 10 liter is voldoende voor zes tot tien middelgrote planten gedurende een week of twee, afhankelijk van hoe warm het is.

Potten en kegels met een reservoir

Een pot of inzet met een waterreservoir is de minst omslachtige optie als je regelmatig weggaat. Het water komt via een lont of capillaire grond bij de wortels.

  • Zelfwaterende potten met een dubbele bodem en een peilmeter. Meestal goed voor twee tot vier weken, afhankelijk van de grootte. Ze werken pas als de wortels tot in de onderste laag gegroeid zijn, dus niet een paar dagen voor vertrek even overzetten. Een zelfwaterende plantenpot koop je dus maanden vooraf, niet in de week voor vertrek.
  • Kleikegels die je in de grond steekt en via een slangetje of een fles vult. De poreuze klei geeft water af als de grond rond de kegel droog wordt.
  • Watergeefbolletjes van glas of plastic. Handig voor een paar dagen, maar met een inhoud van vaak 200 tot 300 ml zijn ze voor een grote pot zo leeg.

Van al deze systemen geldt: ze geven water af, maar je weet niet precies hoeveel. Test ze dus vooraf.

Een plastic tent voor kleine vochtminners

Een doorzichtige plastic zak over een kleine plant houdt het vocht binnen en verlaagt de verdamping sterk. Dit werkt voor kleine planten tot zo’n 30 cm die van een vochtige omgeving houden, zoals varens, fittonia en jonge stekjes.

Geef eerst water, laat de pot uitlekken, en zet dan een paar stokjes in de pot zodat het plastic de bladeren niet raakt. Zet hem op een lichte plek zonder directe zon: in de zon wordt het in de zak al snel te heet. Niet geschikt voor vetplanten en cactussen, die gaan in zo’n vochtige lucht rotten.

Welke methode voor welke situatie?

Methode Duur Geschikt voor Niet geschikt voor
Alleen voorbereiden Tot 1 week Bijna alle planten Varens en kleine potjes in de zon
Bad met natte handdoek 1 tot 2 weken Middelgrote potten met drainagegat Vetplanten, grote potten, donkere badkamer
Lontjes uit een emmer 1 tot 2,5 weken Groep planten op één plek, ook grotere potten Potten die ver uit elkaar staan
Zelfwaterende pot 2 tot 4 weken Planten die er al maanden in staan Cactussen, planten die net zijn overgezet
Plastic tent 1 tot 3 weken Kleine, vochtminnende planten Vetplanten, grote planten
Buren of oppas Onbeperkt Alles Niets, mits goed geïnstrueerd

Test een week van tevoren

Elk systeem gedraagt zich in jouw huis en met jouw grond anders dan in een filmpje, dus probeer het een week voor vertrek uit. Zet de lontjes of de handdoek klaar zoals je het voor de vakantie wilt doen, en kijk na een paar dagen:

  • Hoeveel water is er uit de emmer of het bad verdwenen? Reken door naar het aantal dagen dat je weg bent.
  • Voelt de grond in elke pot vochtig, of zijn er potten waar het lontje niet werkt?
  • Is er een pot waar de grond juist drijfnat is? Dan haal je die plant uit het systeem.
  • Staan de planten er nog net zo bij als op de foto?

Werkt het, haal de planten dan weer terug en geef ze normaal water tot je vertrekt. Dan beginnen ze met een volle voorraad.

De beste plantenoppas

Een buur of vriend die één of twee keer per week langskomt, is beter dan elk systeem, mits hij of zij weet wat te doen. De meest voorkomende fout van een oppas is te veel water: bij elke plant een flinke scheut, ook als de grond nog nat is.

Maak het makkelijk:

  • Deel de planten in drie groepen met een gekleurd briefje of een wasknijper: elke keer water, eens per week water en niets doen.
  • Zet een gevulde gieter of fles klaar met de hoeveelheid voor één ronde.
  • Laat zien hoe je met je vinger voelt of de grond droog is.
  • Vraag om een foto via de telefoon na de eerste ronde. Dan zie je of het goed gaat.

Wie zijn planten daarnaast het hele jaar in een vast ritme verzorgt, weet beter welke planten echt veel nodig hebben. Bij kamerplanten water geven leer je dat per plant in te schatten.

Na thuiskomst

Ben je thuis, ga dan niet direct alle planten een grote beurt geven. Kijk eerst per plant hoe de grond is. Een plant die op een natte handdoek heeft gestaan, kan nog vochtig zijn, en een plant in een zelfwaterende pot heeft mogelijk nog water over.

  • Droge, slappe plant: zet de pot even in een emmer water tot de kluit is volgezogen. De meeste planten staan binnen een paar uur weer recht.
  • Droge, krokante bladeren: die herstellen niet. Knip ze weg als ze helemaal bruin zijn; half bruine bladeren mag je laten zitten tot ze zelf afvallen.
  • Natte grond, gele bladeren: laat de grond drogen voordat je weer water geeft.
  • Kleine vliegjes rond de potten: de grond is te lang nat geweest. Zie rouwmuggen bestrijden.

Merk je later dat een plant het moeilijk heeft gehad, kijk dan in wat is er mis met mijn kamerplant voor een diagnose per symptoom. En wie het volgend jaar makkelijker wil hebben: kies voor een paar planten een grotere pot of een plastic pot in plaats van terracotta, die minder snel uitdroogt.

Veelgestelde vragen

Werkt een omgekeerde petfles in de pot?

Soms, maar het is onvoorspelbaar. In luchtige grond loopt een fles met een paar gaatjes in de dop binnen een paar uur leeg, in dichte grond komt er bijna niets uit. Gebruik je het toch, test de fles dan een week van tevoren in dezelfde pot en kijk hoe lang hij meegaat. Voor kleine potten is een fles bovendien vaak te zwaar en topzwaar.

Kan ik mijn planten buiten zetten als ik op vakantie ga?

In de zomer kan dat voor stevige kamerplanten, op een beschutte plek in de schaduw. De regen geeft water en het is buiten vaak minder heet dan achter glas. Het risico zit in een hittegolf, harde wind, slakken en een week zonder regen. Zet ze nooit in de volle zon: blad dat aan binnenlicht gewend is, verbrandt binnen een dag.

Hoe lang kan een cactus zonder water?

Een gezonde cactus of vetplant in een niet te kleine pot kan in de zomer zonder probleem drie tot vier weken zonder water, in de winter nog veel langer. Geef hem vlak voor vertrek een normale beurt en zet hem op zijn gewone plek. Extra veel water geven heeft geen zin en kan bij warm weer juist tot rot leiden.

Wat moet ik een plantenoppas vertellen?

Schrijf per plant op hoeveel water hij krijgt en hoe vaak, of zet briefjes in de potten. Simpeler is het om planten te groeperen: één groep die elke keer een glas water krijgt, één die eens per week mag en één die niets nodig heeft. Laat zien hoe je de vingerproef doet en vertel dat overtollig water uit sierpotten weg moet.