Woordenlijst plantenpotten en kamerplanten
In artikelen over potten en planten komen termen voor die niet iedereen kent, of die in het tuincentrum net anders gebruikt worden. In deze woordenlijst staat per term een korte uitleg in gewone taal. Waar een artikel er dieper op ingaat, staat een link. Een voorbeeld: een kweekpot is de dunne plastic pot met gaten waarin een plant uit de kwekerij komt, een sierpot is de mooie buitenpot eromheen, vaak zonder gat. Dat verschil bepaalt hoe je water geeft. De termen staan op alfabet; gebruik de zoekfunctie van je browser als je een woord snel wilt vinden. Mis je een term, laat het weten via contact, dan voegen we hem toe.
A
- Afharden
- Een plant die binnen stond geleidelijk gewend maken aan buitenlucht, zon en wind, door hem een week of twee eerst een paar uur per dag buiten te zetten. Lees meer over afharden
- Aroïdenmix
- Grof mengsel van onder meer schors, perliet en potgrond voor planten uit de aronskelkfamilie zoals monstera en philodendron. Het water loopt snel door en de wortels krijgen lucht. Lees meer over aroïdenmix
B
- Bladglans
- Middel dat bladeren laat glimmen. Het kan de huidmondjes afsluiten en is niet nodig, een vochtige doek haalt stof net zo goed weg. Lees meer over bladglans
- Bladgroen
- De groene kleurstof (chlorofyl) waarmee een plant licht omzet in suikers. Delen zonder bladgroen, zoals witte vlakken op bont blad, doen daar niet aan mee.
- Bladluis
- Klein, zacht insect van 1 tot 3 mm, groen of zwart, dat in groepjes op jonge scheuten en knoppen zit en plantensap zuigt. Lees meer over bladluis
- Bladval
- Het loslaten van bladeren, vaak na verplaatsen, tocht, kou of een plotselinge verandering in licht of water. Bij ficussen is dit een bekende reactie. Lees meer over bladval
C
- Chlorose
- Geel worden van bladeren terwijl de nerven vaak groen blijven. Het wijst op een tekort aan bijvoorbeeld ijzer of magnesium, of op wortels die die stoffen niet kunnen opnemen. Lees meer over chlorose
D
- Dompelen
- Water geven door de pot een paar minuten in een emmer of bak water te zetten tot er geen luchtbellen meer opstijgen. Handig bij een uitgedroogde kluit en bij orchideeën. Lees meer over dompelen
- Drainagegat
- Opening in de bodem van een pot waardoor overtollig water wegloopt. Zonder gat blijft water onderin staan en verzuren de wortels. Lees meer over drainagegat
E
- EC
- Elektrische geleidbaarheid, een maat voor de hoeveelheid opgeloste zouten in water of voedingsoplossing. Een hoge EC betekent veel voeding, of zoutophoping in de grond. Lees meer over ec
- Epifyt
- Plant die in de natuur op een andere plant groeit zonder er voedsel uit te halen, zoals veel orchideeën en luchtplantjes. De wortels willen lucht en drogen snel op.
- Etioleren
- Lang en slap uitgroeien door te weinig licht. Stengels worden dun, de afstand tussen bladeren groot en de plant buigt naar het raam. Lees meer over etioleren
F
- Fiberstone
- Kunststeen van hars of kunststof gemengd met glasvezel en steenpoeder. Ziet eruit als steen of beton, maar is veel lichter en meestal vorstbestendig. Lees meer over fiberstone
G
- Glazuur
- Glasachtige laag die op keramiek wordt gebakken. Geglazuurde potten laten nauwelijks vocht door de wand en zijn makkelijker schoon te houden dan terracotta. Lees meer over glazuur
- Groeilamp
- Lamp met een lichtspectrum en sterkte waar planten mee kunnen groeien, gebruikt als aanvulling op daglicht in donkere hoeken of in de winter. Lees meer over groeilamp
H
- Honingdauw
- Kleverige, zoete afscheiding van zuigende insecten zoals bladluis, wolluis en schildluis. Er kan een zwarte schimmellaag op groeien, roetdauw. Lees meer over honingdauw
- Huidmondjes
- Microscopisch kleine openingen in het blad waardoor de plant gassen uitwisselt en water verdampt. Stof, olie of bladglans kan ze deels afsluiten.
- Hydrokorrels
- Gebakken kleikorrels die als substraat dienen bij hydrocultuur. Ze houden de plant overeind, de voeding komt uit het water in de pot. Lees meer over hydrokorrels
K
- Kalkarm water
- Water met weinig opgeloste kalk, zoals regenwater of gedemineraliseerd water. Kalkgevoelige planten zoals calathea krijgen er minder snel bruine bladranden door. Lees meer over kalkarm water
- Kalkrand
- Witte of grijze aanslag op de buitenkant van terracotta of op de grond, ontstaan door kalk en zouten uit leidingwater die achterblijven bij verdamping. Lees meer over kalkrand
- Kluitgebonden
- Een plant is kluitgebonden als de wortels de hele pot vullen en rondjes langs de wand draaien. Water loopt dan snel langs de kluit heen en de plant groeit slecht. Lees meer over kluitgebonden
- Kokosvezel
- Vezel en stof uit de bolster van kokosnoten, gebruikt als turfvervanger in potgrond. Houdt goed water vast en is na uitdrogen makkelijker weer nat te krijgen dan turf. Lees meer over kokosvezel
- Kweekpot
- Dunne plastic pot met gaten waarin een plant bij de kweker groeit en meestal ook verkocht wordt. Je laat hem vaak in een sierpot staan. Lees meer over kweekpot
L
- Luchtwortel
- Wortel die boven de grond uit de stengel groeit, bijvoorbeeld bij monstera. Hij helpt de plant zich vast te houden en neemt vocht op. Afknippen mag, beter is hem in de pot of langs een stok te leiden. Lees meer over luchtwortel
- Lux
- Eenheid voor de hoeveelheid licht die op een oppervlak valt. Midden in een kamer is dat vaak maar een fractie van wat er vlak bij het raam valt. Lees meer over lux
N
- NPK
- De drie hoofdvoedingsstoffen op een verpakking: stikstof (N) voor blad, fosfor (P) voor wortels en bloei, kalium (K) voor stevigheid. De cijfers geven de verhouding aan, bijvoorbeeld 7-3-6. Lees meer over npk
O
- Onderwatersysteem
- Pot met een waterreservoir onderin waaruit de grond via een lont of zuigkracht water opneemt. Je vult het reservoir bij als de waterstandsmeter laag staat. Ook wel grondwatersysteem genoemd. Lees meer over onderwatersysteem
P
- Perliet
- Wit, licht korreltje van opgeblazen vulkanisch glas. Door potgrond gemengd houdt het de grond luchtig en laat het water sneller doorlopen. Lees meer over perliet
- pH
- Maat voor hoe zuur of basisch grond of water is, op een schaal van 0 tot 14. De meeste kamerplanten doen het goed tussen pH 5,5 en 6,5. Lees meer over ph
- Plantenbak
- Grote, vaak rechthoekige bak voor buiten of binnen, waarin je meerdere planten of een flinke struik zet. Vraagt meer grond en draagkracht dan een losse pot. Lees meer over plantenbak
- Potgrond
- Kant-en-klaar groeimedium voor potten, meestal op basis van turf, kokos of compost met wat voeding en kalk. Het is iets anders dan tuinaarde, die in een pot snel dichtslaat. Lees meer over potgrond
- Potmaat
- De diameter van een pot, gemeten aan de binnenkant van de bovenrand in centimeters. Bij verpotten kies je meestal een pot die 2 tot 5 cm breder is. Lees meer over potmaat
- Potvoeten
- Kleine blokjes of pootjes onder een buitenpot. Ze houden de bodem vrij van de ondergrond, zodat water weg kan en de pot in de winter niet vastvriest. Lees meer over potvoeten
R
- Rouwmug
- Klein zwart vliegje dat rond vochtige potgrond fladdert. De larven leven in de bovenste laag grond en eten aan fijne wortels, vooral bij jonge planten en stekken. Lees meer over rouwmug
- Rustperiode
- Periode waarin een plant nauwelijks groeit, bij de meeste kamerplanten van ongeveer november tot februari. Geef dan minder water en geen voeding. Ook wel dormantie genoemd. Lees meer over rustperiode
S
- Schildluis
- Zuigend insect dat zich onder een bruin of grijs schildje vastzet op stengels en bladnerven. Het lijkt eerder op een bultje dan op een beestje. Lees meer over schildluis
- Schors
- Grove stukken boomschors, vaak van den, gebruikt als substraat voor orchideeën en in luchtige mengsels voor aroïden. Laat veel lucht bij de wortels. Lees meer over schors
- Schotel
- Bord of bak onder een pot met drainagegat dat doorgelopen water opvangt. Gooi water dat er na een kwartier nog in staat weg. Lees meer over schotel
- Sierpot
- Pot zonder drainagegat waarin je de kweekpot zet. Hij is decoratief en vangt water op, dus kijk een kwartier na het gieten of er water in staat. Lees meer over sierpot
- Slow release-voeding
- Voeding in korrels of staafjes die over enkele maanden geleidelijk vrijkomt. Handig als je het bijmesten vergeet, maar je kunt de hoeveelheid achteraf niet bijsturen. Lees meer over slow release-voeding
- Snoeien
- Takken, stengels of bladeren wegknippen om een plant compact te houden, vertakking op te wekken of zieke delen te verwijderen. Bij de meeste kamerplanten doe je dat in het voorjaar.
- Spint
- Mijt van een halve millimeter die aan de onderkant van bladeren zuigt. Je ziet lichte puntjes op het blad en bij een flinke aantasting fijn spinsel. Droge, warme lucht bevordert het. Lees meer over spint
- Stek
- Afgesneden deel van een plant, zoals een stengel of blad, dat je eigen wortels laat maken. Zo maak je een nieuwe plant met dezelfde eigenschappen.
- Substraat
- Verzamelnaam voor het materiaal waarin een plant wortelt, zoals potgrond, schors, kleikorrels of een eigen mengsel. Lees meer over substraat
T
- Terracotta
- Ongeglazuurde gebakken klei. De wand ademt en laat water verdampen, dus de grond droogt sneller uit dan in plastic. Op den duur krijgt hij een witte kalkrand. Lees meer over terracotta
- Topdressing
- Alleen de bovenste paar centimeter oude grond vervangen door verse, bij planten die te groot zijn om te verpotten. Geeft nieuwe voeding zonder de wortels te storen. Lees meer over topdressing
- Trips
- Smal insect van 1 tot 2 mm dat bladcellen leegzuigt. Het blad krijgt zilvergrijze vlekken met kleine zwarte puntjes, de uitwerpselen. Lees meer over trips
- Turf
- Gedeeltelijk vergaan veenmos, lange tijd de basis van bijna alle potgrond. Het is licht en zuur, maar de winning beschadigt veengebieden, daarom komen er steeds meer turfvrije mengsels. Lees meer over turf
U
- Uitlopers
- Stengels die vanuit de moederplant naar buiten groeien en aan het eind een jong plantje vormen, zoals bij de graslelie. Je kunt ze afknippen en apart oppotten.
V
- Variegatie
- Bladeren met witte, gele of crèmekleurige vlakken naast het groen. Die delen hebben geen bladgroen, daarom hebben bonte planten meestal meer licht nodig dan de groene vorm. Lees meer over variegatie
- Veenmos
- Levend of gedroogd mos (Sphagnum) dat veel water vasthoudt. Wordt gebruikt rond orchideewortels, aan mospalen en om stekken te bewortelen.
- Vermiculiet
- Mineraal dat bij verhitting opzwelt tot lichte, gelaagde schilfers. Het houdt meer water vast dan perliet en wordt gebruikt voor zaaien en stekken. Lees meer over vermiculiet
- Verpotten
- Een plant overzetten in een grotere pot of in verse grond. Bij de meeste kamerplanten is dat om de 1 tot 3 jaar nodig, het liefst in het voorjaar. Lees meer over verpotten
- Verspenen
- Jonge zaailingen uit elkaar halen en elk apart in een eigen pot of cel zetten, zodat ze ruimte krijgen. Dat doe je meestal als de eerste echte blaadjes verschijnen.
- Vetplant
- Plant die water opslaat in dikke bladeren, stengels of wortels, zoals echeveria, aloë en jadeplant. Ze verdragen droogte goed en rotten vooral door te veel water. Lees meer over vetplant
- Vingerproef
- Je steekt een vinger in de grond om te voelen of die droog is. Voor de meeste kamerplanten geef je pas water als de grond tot het tweede kootje droog aanvoelt. Lees meer over vingerproef
- Vorstbestendig
- Een pot is vorstbestendig als hij bevriezen en ontdooien doorstaat zonder te barsten of af te schilferen. Dat hangt vooral af van hoeveel water het materiaal opneemt. Lees meer over vorstbestendig
W
- Wolluis
- Schildluisachtige plaag met een witte, wollige waslaag, vaak in bladoksels en langs nerven. Ze zuigen plantensap en laten kleverige honingdauw achter. Lees meer over wolluis
- Wortelkluit
- Het geheel van wortels en grond dat zijn vorm houdt als je de plant uit de pot haalt. Aan de kluit zie je of de plant toe is aan een grotere pot. Lees meer over wortelkluit
- Wortelrot
- Rotting van wortels door langdurig natte grond, vaak met schimmels erbij. Gezonde wortels zijn stevig en licht van kleur, rotte wortels zijn bruin, zacht en ruiken muf. Lees meer over wortelrot
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een kweekpot en een sierpot?
Een kweekpot is de dunne plastic pot met gaten in de bodem waarin een plant groeit en verkocht wordt. Een sierpot is de decoratieve buitenpot, meestal zonder gat, die water opvangt. Samen werken ze goed: overtollig water loopt uit de kweekpot weg en de sierpot houdt je vensterbank of vloer droog.
Wat betekent substraat?
Substraat is de verzamelnaam voor alles waarin een plant wortelt, dus niet alleen potgrond. Ook orchideeënschors, kokosvezel, perliet, kleikorrels en mengsels daarvan vallen eronder. In winkels en artikelen zie je het woord vooral bij orchideeën en andere planten die niet in gewone aarde groeien, zoals orchideeënsubstraat op basis van grove schors.
Wat is een wortelkluit?
De wortelkluit is het geheel van wortels en de grond die daartussen vastzit, zoals je het ziet als je een plant uit de pot haalt. Een kluit die volledig doorworteld is en de vorm van de pot heeft, met wortels in rondjes langs de wand, is een teken dat de plant aan een grotere pot toe is.
Wat is perliet en waarom zit het in potgrond?
Perliet zijn de kleine witte, lichte korrels die je in veel potgrond ziet. Het is vulkanisch gesteente dat door verhitting opzwelt. Het maakt potgrond luchtiger, zodat overtollig water beter wegloopt en er lucht bij de wortels komt. Het zit daarom vaak in grond voor kamerplanten en vetplanten, en je kunt het ook los bijmengen.

