Kort antwoord
De kamerplanten die met weinig licht het best blijven groeien zijn zamioculcas, aspidistra, pothos, klimphilodendron, sansevieria, aglaonema, de dwergpalm Chamaedorea en de vredeslelie. Ze groeien op zo'n plek wel langzamer. Weinig licht betekent een plek waar je overdag nog zonder lamp kunt lezen; een gang of badkamer zonder raam is voor elke plant te donker.
Lijstjes met “planten voor donkere hoeken” wekken de indruk dat er soorten bestaan die je overal kunt neerzetten, ook in de gang of de badkamer zonder raam. Zo werkt het niet. Elke plant leeft van licht; sommige soorten kunnen alleen met heel weinig toe en blijven dan langzaam doorgroeien. De echte vraag is dus niet alleen welke plant, maar ook of jouw plek nog binnen hun grens valt.
Hoe donker is jouw plek echt?
“Weinig licht” voor een kamerplant betekent een plek met indirect daglicht, ongeveer vergelijkbaar met een paar meter van een raam of vlak bij een noordraam. Een ruimte zonder raam, een gang met alleen een glazen deur of een hoek naast een raam met een flat ervoor valt daarbuiten.
Een snelle test:
- Kun je op een bewolkte dag rond het middaguur een krant lezen zonder lamp? Dan is er genoeg licht voor de taaiste schaduwplanten.
- Zie je vanaf de plek van de plant een stuk lucht door het raam? Dan komt er bruikbaar licht. Zie je alleen muur of een gebouw, dan veel minder.
- Werpt je hand boven een vel papier nog een vage schaduw? Dan is het weinig licht maar genoeg. Geen schaduw meer: te donker.
Wie het precies wil weten, gebruikt een lichtmeterapp. Bij licht voor kamerplanten zie je per windrichting welke waarden je kunt verwachten. Vergelijk plekken met elkaar: de donkerste plek in huis die nog boven de paar honderd lux uitkomt op een bewolkte middag, is iets voor de taaiste soorten zoals zamioculcas. Hoe hoger de waarde, hoe meer keus.
Welke planten blijven groeien met weinig licht?
Zamioculcas, aspidistra, pothos, klimphilodendron, sansevieria, aglaonema, dwergpalm en vredeslelie maken op een plek met weinig licht nog steeds nieuwe bladeren, al gaat het trager dan bij een raam.
| Plant | Groeisnelheid bij weinig licht | Water | Formaat | Grootste valkuil |
|---|---|---|---|---|
| Zamioculcas | Langzaam, een paar nieuwe stelen per jaar | Heel weinig | 40 tot 80 cm | Te veel water |
| Aspidistra | Zeer langzaam | Weinig | 40 tot 70 cm | Directe zon |
| Pothos | Redelijk | Gemiddeld | Ranken tot meters | Wordt kaal aan de basis |
| Klimphilodendron | Redelijk | Gemiddeld | Ranken tot meters | Kleine bladeren bij te weinig licht |
| Sansevieria | Zeer langzaam | Heel weinig | 30 tot 100 cm | Rot door natte grond |
| Aglaonema | Langzaam | Gemiddeld | 30 tot 60 cm | Kou en tocht |
| Dwergpalm (Chamaedorea) | Langzaam | Gemiddeld | 50 tot 120 cm | Spint bij droge lucht |
| Vredeslelie | Redelijk, bloeit minder | Veel | 30 tot 70 cm | Uitdrogen |
Zamioculcas (Zamioculcas zamiifolia)
De zamioculcas is de taaiste keuze voor weinig licht. Bij een lichtniveau dat in huis als laag geldt, kan hij meer dan een jaar nieuwe bladeren blijven maken, en hij verdraagt weinig licht beter dan sansevieria en aspidistra.
De plant slaat water op in dikke wortelstokken onder de grond. Dat maakt hem bestand tegen droogte, maar gevoelig voor natte voeten. Op een donkere plek geef je pas water als de grond helemaal droog is, tot onderin de pot. In de winter kan dat eens per vier tot zes weken zijn. Gele, zachte stelen aan de basis betekenen bijna altijd te veel water.
Een jonge stengel die zich ontrolt, kan scheef naar het licht groeien. Draai de pot af en toe een kwartslag.
Aspidistra (Aspidistra elatior)
De aspidistra, ook wel schaduwplant genoemd, stond al in de koele, donkere voorkamers van de negentiende eeuw. Hij maakt per jaar maar een paar nieuwe bladeren, maar die blijven jaren mooi. De plant kan tegen koude kamers, droge lucht en vergeetachtige eigenaren.
Directe zon is wat hij slecht verdraagt: dan krijgt het blad bleke of bruine vlekken. Geef water als de bovenste paar centimeter droog zijn. De aspidistra is niet giftig voor katten en honden, wat hem een goede keuze maakt als je huisdieren hebt.
Pothos (Epipremnum aureum)
Pothos is een klimmer of hangplant die op een plek met weinig licht blijft groeien, alleen trager en met kleinere bladeren. Bij te weinig licht zie je het aan lange stukken kale rank tussen de bladeren.
Kies voor een donkere plek de groene variant. Bontbladige vormen zoals ‘Marble Queen’ hebben minder bladgroen en worden bij weinig licht groener of groeien nauwelijks. Knip lange ranken in het voorjaar terug: de plant vertakt dan en wordt voller. De afgeknipte stukken wortelen makkelijk in een glas water.
Klimphilodendron (Philodendron hederaceum)
De klimphilodendron met hartvormige bladeren lijkt op pothos en is net zo makkelijk. Het blad is dunner en zachter en hij groeit bij weinig licht net iets sneller door. Laat hem hangen vanaf een plank of klimmen langs een stok. Geef water als de bovenste 3 cm droog zijn. Hangende bladeren die na water geven weer omhoog komen, zijn een teken dat je wat eerder had moeten gieten.
Sansevieria
De sansevieria, die botanici tegenwoordig vaak bij het geslacht Dracaena indelen, verdraagt bijna alles behalve natte grond. Op een donkere plek groeit hij heel langzaam, soms maar één of twee nieuwe bladeren per jaar. Hij blijft er wel mooi bij staan.
Het risico zit in water geven. Met weinig licht verdampt de plant bijna niets en blijft de grond lang nat. Geef pas water als de grond tot onderin droog is, en giet nooit in het hart van de bladrozet. Gebruik een luchtige grond met perliet of een cactusgrond. Sansevieria’s met gele randen houden meer van licht dan de egaal groene.
Aglaonema
Aglaonema is een compacte bladplant met lange, vaak gevlekte bladeren. Hij hoort bij de planten voor weinig licht. Kies voor een donkere plek de groene en zilvergrijze vormen. De roze en rode variëteiten hebben meer licht nodig om hun kleur te houden.
Aglaonema houdt niet van kou. Zet hem niet op een tochtige plek bij de voordeur en niet tegen koud glas in de winter. Een koude nacht tegen het raam laat al snel bruine of glazige plekken op het blad achter.
Dwergpalm (Chamaedorea elegans)
De dwergpalm, ook wel kamerpalm genoemd, groeit in de natuur in de ondergroei van tropische bossen en verdraagt daardoor weinig licht beter dan de meeste andere palmen. Hij groeit langzaam en blijft in huis vrij compact.
Houd de grond licht vochtig, maar niet nat. In een droge, verwarmde kamer krijgt hij makkelijk spint: fijne webjes tussen de bladeren en bladeren met kleine lichte puntjes. Spoel de plant af en toe af onder de douche. Bruine bladpunten knip je weg, maar laat een randje bruin staan zodat je niet in het groene deel knipt.
Vredeslelie (Spathiphyllum)
De vredeslelie blijft met weinig licht groeien en maakt nieuwe bladeren, maar bloeit er minder of helemaal niet. Wie de witte bloemen wil zien, zet hem lichter. Als groene plant voor een noordkamer is hij prima.
Hij laat duidelijk zien wanneer hij water nodig heeft: de bladeren hangen dan slap over de rand van de pot. Laat het niet te vaak zover komen, want na een paar keer krijgt hij gele bladeren en bruine punten. Geef water als de bovenste 1 tot 2 cm droog zijn. Op een plek met weinig licht is dat minder vaak dan je zou denken.
Wat er gebeurt als het toch te donker is
Een plant die te weinig licht krijgt, gaat niet in een week dood, maar teert langzaam in op zijn reserves. Bij zamioculcas of aspidistra kan dat maanden duren, waardoor je pas laat ziet dat het misgaat.
Herken het aan:
- Nieuwe bladeren die steeds kleiner zijn dan de vorige.
- Lange, dunne stengels of ranken met veel ruimte tussen de bladeren.
- Een plant die duidelijk naar het raam toe groeit en scheef gaat staan.
- Oudere bladeren onderaan die geel worden en afvallen, terwijl er weinig nieuwe bijkomen.
- Grond die na het water geven weken nat blijft.
Zet de plant dan een meter dichter bij het raam, of combineer de donkere plek met een plantenlamp. Een kleine ledlamp op een tijdschakelaar boven een plant in een donkere hoek kan het verschil maken. Een eenvoudige plantenlamp voor kamerplanten volstaat daarvoor.
Een andere oplossing is wisselen: zet twee gelijke planten neer, een op de donkere plek en een bij het raam, en wissel ze om de twee tot drie weken om.
Verzorging bij weinig licht wijkt af
Een plant op een donkere plek heeft minder water, minder voeding en minder vaak een grotere pot nodig dan dezelfde plant bij het raam. Wie hem verzorgt als een plant op een zonnige vensterbank, krijgt bijna altijd problemen met natte grond.
- Water: controleer altijd eerst of de grond droog genoeg is. Reken op ongeveer de helft van de gietbeurten van een lichte plek, in de winter nog minder. Wie bij kamerplanten water geven leert voelen in plaats van tellen, zit hier goed.
- Voeding: een paar keer in de zomer een halve dosis is genoeg. Een plant die nauwelijks groeit, gebruikt kamerplanten voeding niet, en de zouten hopen zich op in de grond.
- Pot: kies geen te grote pot. Te veel grond rond een kleine kluit blijft op een donkere plek wekenlang nat. Een pot die 2 tot 5 cm breder is dan de oude is genoeg; blijf bij deze planten aan de krappe kant.
- Grond: een luchtige grond met wat perliet droogt sneller op dan pure potgrond. Dat is op een donkere plek een voordeel.
- Stof: veeg de bladeren een paar keer per jaar af met een vochtige doek. Een laag stof houdt licht tegen, en op een donkere plek telt elk beetje.
Planten die je beter niet in een donkere hoek zet
Niet elke plant die als “makkelijk” bekend staat, is ook geschikt voor weinig licht. Vooral deze gaan in een donkere hoek langzaam achteruit:
- Monstera: overleeft het een tijd, maar maakt kleine bladeren zonder gaten en wordt lang en kaal. Bij monstera verzorgen is een lichte plek het halve werk.
- Ficus, zoals de treurvijg en rubberboom: laten bij te weinig licht bladeren vallen.
- Cactussen en vetplanten: worden lang, bleek en slap en gaan rotten.
- Bontbladige planten: verliezen hun tekening of groeien nauwelijks.
- Calathea: verdraagt halfschaduw, maar bij echt weinig licht en droge lucht krijgt hij snel bruine randen.
De lichtbehoefte per soort staat in kamerplanten A-Z. Heb je huisdieren, kijk dan ook in het overzicht van giftige kamerplanten voor katten en honden voordat je kiest: niet alle schaduwplanten zijn veilig voor dieren die aan bladeren knagen.
Veelgestelde vragen
Welke kamerplant kan in een badkamer zonder raam?
Geen enkele plant groeit op lange termijn in een ruimte zonder daglicht. Een zamioculcas of aspidistra houdt het daar een paar maanden vol, maar teert dan in op zijn reserves. Wil je toch groen in een badkamer zonder raam, gebruik dan een plantenlamp op een tijdschakelaar, of wissel de plant om de paar weken met een plant uit een lichte kamer.
Zijn kunstplanten of gedroogde planten een alternatief?
Voor een echt donkere plek wel. Een kunstplant heeft geen licht nodig, en goede exemplaren zien er van een paar meter afstand overtuigend uit. Ze verzamelen wel stof en hebben geen effect op de lucht. Gedroogde grassen en takken zijn een andere optie. Voor een plek waar nog wat daglicht komt, is een van de schaduwverdragende planten hierboven leuker.
Groeien deze planten ook goed op een licht plekje?
De meeste wel, en vaak zelfs beter. Zamioculcas, pothos en aglaonema groeien bij meer licht sneller en voller, zolang ze geen felle middagzon krijgen. Aspidistra en vredeslelie kunnen bij te veel directe zon bleke of verbrande bladeren krijgen. Weinig licht verdragen betekent dus niet dat een plant het niet lichter wil.
Hoe vaak geef ik water aan een plant op een donkere plek?
Veel minder vaak dan je gewend bent. Met weinig licht groeit een plant langzaam en verdampt hij weinig, dus de grond blijft lang nat. Controleer met je vinger of door de pot op te tillen en geef pas water als de grond voldoende droog is. Bij zamioculcas en sansevieria op een donkere plek kan dat in de winter eens per vier tot zes weken zijn.
Welke planten zeker niet op een donkere plek?
Cactussen, vetplanten zoals echeveria, olijf, citrus, de paradijsvogelbloem en bontbladige varianten van bijna elke plant. Ook bloeiende planten zoals orchideeën en anthurium bloeien met weinig licht nauwelijks. Een monstera en ficus overleven het een tijd, maar worden dan lang en kaal en maken kleine bladeren.





