Kamerplanten voeding geven: wanneer en hoeveel

Kamerplanten voeding geven: wanneer en hoeveel

Gepubliceerd 8 min lezen

Kort antwoord

Geef kamerplanten voeding als ze groeien: grofweg van maart tot en met september, elke twee tot vier weken een vloeibare kamerplantenvoeding in het gietwater. Doseer liever iets minder dan het etiket aangeeft. In de winter stop je bij de meeste planten, en een plant die net in verse potgrond staat, heeft de eerste weken niets nodig.

Bij kamerplantenvoeding gaat het vaker mis door te veel dan door te weinig. Een plant die er wat bleek bij staat, krijgt een extra scheut uit de fles, terwijl het probleem eigenlijk licht of water is. Of de voeding loopt de hele winter door, omdat het op de fles staat en het een vaste gewoonte is geworden. Hoeveel en hoe vaak hangt af van hoe snel je plant groeit, hoeveel licht hij krijgt en hoe lang hij al in dezelfde grond staat.

Waarom een plant in een pot voeding nodig heeft

Een plant in een pot heeft alleen de voedingsstoffen die in die paar liter grond zitten, en die raken op. In de tuin zoeken wortels verder, en bladeren en dierlijk leven vullen de bodem steeds aan. In een pot gebeurt dat niet.

Verse potgrond bevat een startvoeding. Op veel zakken staat hoe lang die meegaat, vaak zo’n zes tot acht weken. Daarna leeft de plant van wat er nog over is, en dat is na een paar maanden weinig. Elke keer dat je water geeft en er water onderuit loopt, spoel je bovendien een beetje weg.

Een plant die tekort komt, gaat niet direct dood. Hij groeit langzamer, de nieuwe bladeren blijven kleiner en worden lichter van kleur, en oudere bladeren onderaan vergelen eerder dan nodig. Dat gaat zo geleidelijk dat je het pas ziet als je een foto van vorig jaar ernaast legt.

Wanneer in het jaar geef je voeding?

De beste voedingskalender volgt het licht, want een plant gebruikt pas voeding als hij genoeg licht heeft om te groeien. In maart worden de dagen merkbaar langer, in oktober gaat het hard de andere kant op.

Periode Wat de plant doet Voeding
Maart en april Eerste nieuwe bladeren, groei komt op gang Start met een halve dosis elke 3 tot 4 weken. Ideaal moment om te verpotten.
Mei tot en met augustus Volle groei Elke 2 tot 3 weken de normale (of iets lagere) dosis
September Groei vertraagt Terug naar elke 4 weken, halve dosis
Oktober tot en met februari Rust of nauwelijks groei Niet voeden, behalve bij planten die doorgroeien onder een plantenlamp of in een heel lichte, warme kamer

Dit is een richtlijn, geen wet. Een monstera voor een groot zuidraam groeit tot ver in oktober door en kan dan nog een keer voeding gebruiken. Een zamioculcas in een donkere gang maakt misschien drie nieuwe stelen per jaar en heeft genoeg aan een paar voedingsbeurten in de zomer. Kijk naar de plant: verschijnen er nieuwe bladeren, dan kan hij voeding gebruiken.

Welke soort voeding kies je?

Voor de meeste kamerplanten volstaat een vloeibare kamerplantenvoeding die je door het gietwater mengt. Het is makkelijk te doseren, werkt snel en je kunt per keer bepalen hoeveel je geeft. Er zijn wel een paar alternatieven met eigen voor- en nadelen.

Vorm Hoe het werkt Voordeel Nadeel
Vloeibare voeding Dop of maatje in de gieter Precies te doseren, direct beschikbaar Je moet eraan denken
Voedingsstaafjes of -kegels In de grond steken, lossen langzaam op Weinig werk Voeding concentreert zich rond het staafje, kan wortels daar verbranden
Langwerkende korrels Omhulde korrels door de grond mengen, geven maanden af Eén keer per seizoen Geven ook voeding af als het warm is maar de plant weinig groeit
Organische vloeibare voeding Op basis van plantaardige of dierlijke resten Mild, minder kans op overdosis Kan ruiken, werkt trager
Bladvoeding (spray) Op het blad sproeien Snelle correctie bij een tekort Vlekken op blad, vervangt geen voeding via de wortels

Wat de cijfers op de fles betekenen

De drie cijfers op een fles, bijvoorbeeld 7-3-6, geven het aandeel stikstof (N), fosfaat (P) en kalium (K) aan, in die volgorde. Ze doen elk iets anders:

  • Stikstof zorgt voor blad en stengels. Groene bladplanten kunnen een voeding met relatief veel stikstof gebruiken.
  • Fosfaat is belangrijk voor wortels en bloemaanleg.
  • Kalium maakt weefsel steviger en helpt bij bloei en vruchtzetting. Bloeiende planten krijgen tegen de bloei vaak een kaliumrijkere voeding.

Daarnaast heeft een plant kleine hoeveelheden andere stoffen nodig, zoals magnesium, ijzer en mangaan. Een goede kamerplantenvoeding vermeldt die sporenelementen op het etiket. Ontbreken ze, dan zie je na verloop van tijd bijvoorbeeld gele bladeren met groene nerven.

Speciale voeding: wanneer zinvol?

Speciale voeding voor orchideeën, cactussen of citrus is nuttig, maar niet altijd nodig. Orchideeën zijn gevoelig voor zout en krijgen in de praktijk vaak een sterk verdunde voeding bij bijna elke gietbeurt. Cactussen en vetplanten willen weinig stikstof. Citrus heeft extra behoefte aan magnesium en ijzer. Voor gewone groene kamerplanten volstaat één fles algemene voeding.

Hoeveel geef je? Een rekenvoorbeeld

Volg de dosering op het etiket, of neem iets minder: te weinig voeding is makkelijk bij te stellen, te veel niet. Fabrikanten geven meestal een hoeveelheid per liter water, bijvoorbeeld een dop of een aantal milliliter.

Stel dat op de fles staat: 5 ml per liter water, elke twee weken. Je hebt een gieter van 1,5 liter en een stuk of acht kamerplanten.

  1. Reken de volle dosis uit voor je gieter: 1,5 liter maal 5 ml is 7,5 ml.
  2. Neem in het voorjaar en najaar de helft: ongeveer 4 ml in een volle gieter.
  3. Geef in de zomer de volle dosis, of houd het op 5 tot 6 ml als je liever voorzichtig blijft en wat vaker voedt.
  4. Giet de planten zoals je normaal doet. De voeding zit in het water, dus een plant die meer water krijgt, krijgt vanzelf meer voeding.
  5. Gooi niet gebruikt voedingswater niet terug in de fles. Geef het de volgende dag aan de planten die nog water nodig hebben, of aan de buitenpotten.

Zo komt je fles ook veel verder dan je denkt. Een fles van een halve liter is met deze dosering een jaar of langer genoeg voor een gemiddelde vensterbank.

Te veel voeding herken je aan de randen

Te veel voeding zie je meestal eerst aan bruine, droge bladranden en -punten, en aan een witte korst op de grond of de pot. De zouten uit de voeding hopen zich op in de grond en trekken water uit de wortels, waardoor de plant reageert alsof hij droog staat.

Andere signalen:

  • Een witte of gelige korst bovenop de grond, of een kalkachtige rand aan de buitenkant van een terracotta pot.
  • Bladeren die plotseling slap hangen terwijl de grond vochtig is.
  • Bruine, zachte wortelpunten als je de plant uit de pot haalt.
  • Veel lange, slappe groei met grote afstanden tussen de bladeren. Dat komt vaak door veel voeding in combinatie met te weinig licht.

Vermoed je een overdosis, spoel de grond dan door. Zet de pot in de gootsteen of de douche en laat langzaam ongeveer twee tot drie keer het volume van de pot aan lauw water erdoorheen lopen. Laat hem goed uitlekken en sla de volgende voedingsbeurten een maand over. Is de korst dik of de grond oud, dan is verpotten in verse grond de schoonste oplossing.

Bruine bladpunten kunnen ook door droge lucht of onregelmatig water komen. Twijfel je, kijk dan in het overzicht van kamerplantproblemen per symptoom.

Te weinig voeding gaat langzaam

Een tekort aan voeding herken je aan een plant die steeds kleiner en bleker wordt, zonder duidelijke schade. Nieuwe bladeren blijven kleiner dan de oude en zijn lichter groen. Oudere bladeren onderaan worden geel en vallen af, omdat de plant stikstof uit oude bladeren naar de nieuwe verplaatst.

Bij een tekort aan magnesium of ijzer zie je een specifiek patroon: het blad wordt geel tussen de nerven, terwijl de nerven zelf groen blijven. Bij magnesium begint dat meestal in de oudere bladeren, bij ijzer in de jonge. Bij kalkmijders zoals azalea en citrus komt dat vaak niet door een tekort in de grond, maar doordat de grond te kalkrijk is en de plant het ijzer niet kan opnemen.

Voor je gaat bijvoeden: kijk eerst of het niet aan water of licht ligt. Een plant met te natte voeten krijgt ook gele bladeren, en extra voeding maakt het dan alleen erger. In gele bladeren aan je kamerplant staan de oorzaken naast elkaar.

Wanneer je beter geen voeding geeft

Er zijn een paar momenten waarop voeding meer kwaad doet dan goed. Sla de voeding over:

  • Na het verpotten. Verse potgrond bevat al voeding. Wacht zes tot acht weken, of houd aan wat op de zak staat. Dat geldt ook voor planten die je net hebt gekocht en die nog in kwekersgrond staan: kwekers voeden ruim.
  • In de winter, bij planten die nauwelijks groeien.
  • Bij een zieke of gestreste plant, bijvoorbeeld na een verhuizing, wortelrot of een plaag.
  • Bij stekjes die nog geen stevige wortels hebben.
  • Bij een plant in een rustperiode, zoals een amaryllis na de bloei die je laat afsterven, of een cactus die koel overwintert.

Voeding en water geven horen bij elkaar

Voeding komt via het gietwater bij de wortels, dus je voedingsritme kan niet los staan van je gietritme. Een plant die je eens in de drie weken water geeft, krijgt met “elke gietbeurt een beetje” vanzelf minder dan een varen die je twee keer per week giet.

Daarom werkt een vast schema per plant beter dan voor de hele vensterbank. Geef planten die veel drinken en hard groeien vaker een lage dosis. Geef langzame planten een paar keer per seizoen een normale dosis. Wie bij kamerplanten water geven al per plant kijkt, kan de voeding daar meteen aan koppelen.

Ook de grond telt mee bij potgrond kiezen: grond met veel houtvezel of compost raakt bijvoorbeeld wat sneller uitgeput en vraagt soms iets eerder om voeding.

Veelgestelde vragen

Is koffiedik of eierschaal goed als plantenvoeding?

Als voeding stelt het weinig voor. Koffiedik bevat wat stikstof, maar in een pot gaat het makkelijk schimmelen en trekt het rouwmuggen aan. Eierschaal breekt zo langzaam af dat je plant er binnen een jaar niets van merkt. Wil je het toch gebruiken, gooi het dan op de composthoop of in de tuin, en geef je kamerplanten gewone plantenvoeding.

Kan ik tuinmest of korrelmest voor de tuin binnen gebruiken?

Dat kan, maar het is lastig doseren. Tuinmest is bedoeld voor vierkante meters bodem, niet voor een pot van een paar liter, en organische korrels kunnen binnen gaan ruiken of schimmelen. Voor kamerplanten is een vloeibare voeding of een langwerkende korrel speciaal voor potplanten veel makkelijker te doseren en schoner.

Moet ik een zieke plant extra voeding geven?

Nee, juist niet. Een plant met wortelrot, plagen of veel bladverlies kan weinig opnemen, en extra zouten in de grond belasten de wortels nog meer. Zoek eerst de oorzaak en los die op. Pas als er weer nieuwe, gezonde bladeren verschijnen, begin je voorzichtig met een halve dosis.

Hebben cactussen en vetplanten voeding nodig?

Weinig. Ze groeien langzaam en komen in schrale grond van nature met weinig toe. Geef ze in het groeiseizoen hooguit eens per maand een cactusvoeding of een sterk verdunde gewone voeding, liefst een met relatief weinig stikstof. Te veel stikstof maakt ze slap en zacht, waardoor ze sneller gaan rotten of omvallen.

Hoe lang is een fles vloeibare plantenvoeding houdbaar?

Een dichte fles blijft jaren bruikbaar als je hem donker en vorstvrij bewaart. Bevroren of in de zon verkleurde voeding kan uitzakken of klonteren. Zie je bezinksel, schud dan goed. Gaat het niet meer op in het water of ruikt het vreemd, gooi het dan weg via het klein chemisch afval of volg wat op het etiket staat.